Rood

Situatie op de afdeling/groep

  • er zijn 1 of 2 positief geteste cliënten aawezig die niet isoleerbaar zijn. 

Opheffen code rood

  • code rood gaat over in een andere kleurcode wanneer alle positief geteste zieke cliënten hersteld zijn of wanneer meer dan 2 positief geteste cliënten niet isoleerbaar zijn/worden 
  • Code rood:
    • gaat na klinisch herstel van de laatste zieke positief geteste cliënt over in code geel 
    • gaat bij aanwezigheid van uitsluitend isoleerbare positief geteste cliënten over in code oranje 
    • gaat bij >2 niet-isoleerbare positief geteste cliënten over in code roze

Maatregelen

Maatregelen communicatie

  • de afdeling/groep is open
  • plaats de “deurkaart code rood” op alle toegangsdeuren/toegangsliften van de afdeling/groep
  • informeer clienten en/of eerste contactpersonen over de stand van zaken middels “bericht code rood”
  • de zorg informeert de eerste contactpersoon over het feit dat zijn/haar naaste een luchtweginfectie heeft middels “bericht positief geteste cliënt”

Algemene landelijke maatregelen

Houd de volgende landelijke maatregelen aan:

  • pas op de juiste momenten handhygiene toe 
  • hoest en nies in je elleboog
  • klachten? Draag een chirurgisch mondneusmasker type IIR of een FFP2 masker
  • zorg voor voldoende frisse lucht
  • haal een vaccin, booster of herhaalprik indien dit door de overheid geadviseerd wordt

Aanvullend:
In algemene ruimten masker bij <1,5 meter van positief geteste clienten

  • Draag een chirurgisch mondneusmasker type IIR of een FFP2 masker wanneer je op de gang/in de huiskamer geen 1,5 meter afstand tot de positief geteste client(en) kan aanhouden 
  • Houd hierbij de procedure “Juist gebruik masker” aan

Aanvullend:
Instellen locatie-OMT en Chef uitbraak

  • De leidinggevende van de afdeling meldt direct code rood aan de deskundige infectiepreventie: c.michels@laurens.nl
  • De leidinggevende van de afdeling stelt direct na constatering van code rood voor de afdeling/groep een locatie-OMT in volgens procedure “Instellen locatie-OMT”. De leidinggevende van de betreffende afdeling/groep is verantwoordelijk voor het initiëren van dit overleg.
  • Het locatie-OMT kan gebruik maken van de documenten “Vaste agenda” en “Logboek”
  • De leidinggevende van de afdeling stelt iedere dienst een “Chef uitbraak” aan. Hanteer ten aanzien van de taken en verantwoordelijkheden de instructies zoals beschreven in het document Chef uitbraak” 
  • De leidinggevende van de afdeling is verantwoordelijk voor het bijhouden van een registratie van zieke cliënten en medewerkers volgens de “Registratielijst zieken” en het dagelijks inbrengen van deze lijst in het OMT en versturen naar c.michels@laurens.nl

Contactlijst opstellen

Niet van toepassing

Maatregelen positief geteste isoleerbare client

  • de cliënt blijft op de kamer
  • indien de cliënt op een tweepersoonskamer met een medecliënt ligt gelden de volgende maatregelen:
    • verplaats de medecliënt (contactcliënt) naar een andere kamer. Deze cliënt hoeft niet geïsoleerd verpleegd te worden
    • indien er geen vrije kamer/bedplaats is, laat dan de medecliënt op de tweepersoonskamer liggen en verzorg deze cliënt als eerste met PBM. De medecliënt hoeft verder niet geïsoleerd verpleegd te worden en mag de kamer en de afdeling dus gewoon verlaten
  • maak gebruik van de “Isolatie box” als de benodigde materialen (PBM) niet op de afdeling aanwezig zijn
  • bevestig de “Deurkaarten” op de binnen en buitenkant van de isolatiekamerdeur
  • houd het, op de deurkaart omschreven gebruik van PBM, aan
  • houd de isolatiemaatregelen aan zoals beschreven in “Isolatie van een positief geteste cliënt op een kamer/appartement”
  • hef de isolatiemaatregelen op wanneer de cliënt klinisch hersteld is. Er kunnen nog restsymptomen aanwezig blijven. Indien dit het geval is dragen medewerkers bij verzorging een chirurgisch mondneusmasker type IIR of een FFP2 masker

Maatregelen positief geteste niet-isoleerbare client

  • de cliënt hoeft niet op de kamer te blijven en mag gebruik maken van de algemene ruimten op de afdeling/groep
  • de cliënt mag de afdeling/groep niet verlaten
  • houd op de kamer van de cliënt de isolatiemaatregelen aan zoals beschreven in “Isolatie van een positief geteste cliënt op een kamer/appartement” 
  • voer zorghandelingen altijd op de kamer van de cliënt uit
  • maak gebruik van de “Isolatie box” als de benodigde materialen (PBM) niet op de afdeling aanwezig zijn
  • bevestig de “Deurkaarten” op de binnen en buitenkant van de isolatiekamerdeur
  • houd het, op de deurkaart omschreven gebruik van PBM, aan
  • hef de isolatiemaatregelen op wanneer de cliënt klinisch hersteld is. Er kunnen nog restsymptomen aanwezig blijven. Indien dit het geval is dragen medewerkers bij verzorging een chirurgisch mondneusmasker type IIR of een FFP2 masker

Maatregelen contactclient

Niet van toepassing

Maatregelen contactmedewerker

Niet van toepassing

Maatregelen consulterende medewerker

  • de consulterende medewerker doet voor het betreden van de afdeling/groep een chirurgisch mondneusmasker type IIR of een FFP2 masker op 
  • houd hierbij de procedure “Juist gebruik masker” aan
  • de consulterende medewerker bezoekt/onderzoekt een positieve client alleen op zijn/haar kamer
  • de consulterende medewerker neemt de voorgeschreven maatregelen (deurkaart) bij bezoeken van een positieve client op de kamer
  • de consulterende medewerker hoeft geen extra PBM te gebruiken bij bezoek aan een andere (contact)client
  • de consulterende medewerker mag zijn/haar werkzaamheden op andere afdelingen/groepen zonder extra maatregelen voortzetten 

Maatregelen voor bezoeker

  • verzoek de bezoeker voor het betreden van de afdeling/groep een chirurgisch mondneusmasker type IIR of FFP2 op te zetten
  • de bezoeker bezoekt de positief geteste client alleen op zijn/haar kamer
  • bij het bezoeken van een positief geteste client op de kamer houdt de bezoeker de maatregelen op de deurkaart aan. Gebeurt dit niet, dan moet de bezoeker de locatie via de kortste route verlaten.

Linnengoed

Geen extra maatregelen

Serviesgoed

  • plaats het serviesgoed van positief geteste clienten direct in de hiervoor bestemde kar of in de vaatwasser
  • pas na contact met dit serviesgoed handhygiëne toe.

Voeding aan- en afvoer

Geen extra maatregelen

Afval

  • afval, afkomstig van een positief geteste cliënt, inclusief gebruikte PBM, wordt in een normale afvalzak gedaan en gesloten
  • plaats de zak na sluiten in de voor normaal huishoudelijk afval- bestemde afvoer/draad-container. 

Reiniging en desinfectie

  • reinig en desinfecteer een kamer van een zieke cliënt volgens werkinstructie: “Tussenreiniging en desinfectie van een isolatiekamer”
  • reinig en desinfecteer een kamer van een zieke cliënt volgens werkinstructie: “Eindreiniging en desinfectie van een isolatiekamer” als op die dag de isolatie opgeheven kan worden
  • alleen de schoonmaakmedewerker verwijdert de deurkaart van deze kamer als de eindreiniging en desinfectie voltooid is. 

Maatregelen bij overlijden

Geen extra maatregelen

Reiniging & desinfectie voor opheffen code rood

  • alle isolatiekamers hebben na het opheffen van de isolatie bij een cliënt en dus vóór het opheffen van code rood een eindreiniging en desinfectie ondergaan volgens de werkinstructie: “Eindreiniging en desinfectie van een isolatiekamer”
  • er gelden geen extra maatregelen voor reiniging en desinfectie van algemene ruimten voor het opheffen van code rood.

Opheffen code rood

  • code rood gaat over in een andere kleurcode wanneer alle positief geteste zieke cliënten hersteld zijn of wanneer meer dan 2 positief geteste cliënten niet isoleerbaar zijn/worden 
  • Code rood:
    • gaat na klinisch herstel van de laatste zieke positief geteste cliënt over in code geel 
    • gaat bij aanwezigheid van uitsluitend isoleerbare positief geteste cliënten over in code oranje 
    • gaat bij >2 niet-isoleerbare positief geteste cliënten over in code roze